Blini op Sri Lanka

Print Print

Sri LankaIn september maakte Blini een rondreis van 11 dagen door Sri Lanka. We bezochten de belangrijkste bezienswaardigheden en inspecteerden de meest interessante hotels. En natuurlijk bespraken we met onze agent de vele mogelijkheden die dit diverse en fascinerende eiland te bieden heeft.

De bedoeling was om onze kennis van Sri Lanka bij te spijkeren, nieuwe hotels te bezoeken en natuurlijk de banden met onze lokale agent aan te halen. Op alle fronten was onze studiereis een groot succes. En ook niet onbelangrijk: het was ook gewoon een leuke en ontspannen reis.

We hadden de hele reis de beschikking over een auto met chauffeur. Het is ideale manier om over Sri Lanka te reizen. Het is comfortabel, je kunt zelf de tijden bepalen, onderweg stoppen waar je wilt en de auto ook gebruiken om de verschillende bezienswaardigheden te bezoeken.

We maakten het klassieke rondje over Sri Lanka langs de verschillende hoogtepunten. Na aankomst op de luchthaven van Colombo sliepen we de eerste nacht in het ontspannen stadje Negombo, dat niet ver van de luchthaven ligt. Het is een goede plek om even te acclimatiseren, bijvoorbeeld met een wandelingetje over het lange strand of een drankje op een van de terrassen.

De culturele driehoek
De volgende ochtend begonnen we aan onze rondreis met de rit landinwaarts naar Sigiriya. Hier verbleven we twee nachten in een mooie lodge in het hart van de culturele driehoek. De eerste middag stond er echter geen cultuur op het programma maar een rit door het natuurpark Minneriya, dat vooral beroemd is vanwege de grote groepen olifanten. En inderdaad: we kregen uitgebreid de gelegenheid deze dieren te bekijken. In kleine en grotere groepen waren ze aan het eten van het nieuwe gras.

De volgende dag begon met Sigiriya zelf. Voor veel reizigers is dit een van de hoogtepunten van een reis over Sri Lanka. Te midden van eeuwenoude paleistuinen ligt hier de Lions Rock, een 180 meter hoge rotsformatie. Een stevige beklimming brengt je naar de top waarvandaan je een imposant uitzicht over de omliggende vlakte. Vergeet tijdens de klim niet even te stoppen voor de prachtig bewaard gebleven rotsschilderingen.

In de middag reed de chauffeur ons naar Polonnoruwa, ooit een belangrijk religieus – en handelscentrum. We namen hier eerst alle tijd voor het museum voordat we de restanten van de stad bezochten. Het was handig dat we een auto met chauffeur tot onze beschikking hadden, want de verschillende groepen monumenten liggen nogal ver van elkaar.

Na ons verblijf in de culturele driehoek zetten we koers naar het zuiden. Het doel was de oude hoofdstad Kandy. Maar eerst stopten we in Dambulla. Een breed wandelpad brengt je naar de top van een heuvel. In de rotsen zijn hier meerdere grotten met eeuwenoude Boeddhabeelden die veel pelgrims trekken.

Het heuvelland
In Kandy wandelden we over de kleurrijke markt en natuurlijk bezochten we de tempel waar een tand van Boeddha wordt bewaard. Het is een belangrijke bestemming voor pelgrims en biedt hiermee een bijzonder inkijkje in het religieuze leven van het boeddhistische deel van Sri Lanka.

Net buiten Kandy bezochten we de Koninklijke Botanische Tuinen. Het is een prachtig verzorgd en gevarieerd park vol bloemen, imposante bomen, grasvelden en allerlei soorten planten. De drukte van de straten van Kandy lijkt hier ver weg. Je bent overigens niet alleen als je hier rondwandelt, want het park is ook populair bij de lokale bevolking (vooral bij jonge stelletjes die hier onder een boom of in een prieeltje wat privacy vinden).

Daarna was het heuvelland in het zuiden van Sri Lanka aan de beurt. De weg slingerde zich door groene theeplantages en langs indrukwekkende watervallen. Onderweg stopten we natuurlijk bij een van de theefabrieken voor een rondleiding met uitgebreide uitleg over de productie.
De bestemming was Nuwara Eliya. Dit grote dorp werd gesticht door de Engelsen, vooral als toevluchtsoord als het op de kustvlakten te warm werd. Op 1800 meter blijft het hier altijd koel.

Een belangrijke reden voor ons bezoek aan Nuwara Eliya was het natuurpark Hortons Plains, dat een uurtje rijden buiten het dorp ligt. Het is een van de weinige parken waar je kunt wandelen. Goed begaanbare paden voeren je afwisselend door bossen en over met bloemen bedekte weiden. Vanaf Worlds End genoten van de opkomende zon met een indrukwekkend uitzicht over de zuidelijke vlaktes.

Na de wandeling was het tijd voor een lunch en een van de eenvoudigste maar ook leukste restaurants van het stadje. In een smalle ruimte serveren vriendelijke obers die geen Engels spreken smakelijke Indiase snacks. Zelfs met een kop Indiase thee en een traditioneel dessert is het nog spotgoedkoop.

We lieten onze auto en chauffeur tijdelijk achter om over te stappen op een ander vervoermiddel.
De treinreis van Nuwara Eliya (of eigenlijk vanaf het nabijgelegen Nan-uoya) naar Ella was heerlijk!
Snel rijdt de trein nooit, dus je hebt alle tijd om van het landschap te genieten. Vanuit de open ramen heb je uitstekend zicht op de theeplantages, de rijstvelden, de dorpjes, de verspreid liggende boerderijtjes, de boeren die op het land werken, de bossen en de laaggelegen vlaktes.
Bijzonder leuk was ook het contact met de lokale bevolking die zich graag liet fotograferen en ondanks het soms gebrekkige Engels zeker in was voor een praatje.

De kust
Na Ella lieten we de bergen achter ons. Het dorpje Tissa ligt bij Yala, waarschijnlijk het beste wildpark van Sri Lanka. Vanwege de droogte was het dit park echter voor een paar weken gesloten. Echt vervelend vonden we dit niet omdat het park Bundala een uitstekend alternatief biedt. Dit park ligt direct aan de kust en is een paradijs voor vogels. Dat het minder druk bezocht is dan een park als Yala is een bonus. Wij vonden het ten minste erg leuk dat we tijdens onze jeeptocht maar een andere jeep tegenkwamen.

We zetten koers naar de zuidwestkust, hier liggen de populairste strandplaatsen van Sri Lanka. We sliepen onze eerste nacht iets ten zuiden van Tangalle. Ons hotel lag aan een klein, stil strand dat aan beide zijden door rotsen werd afgesloten.
Helaas werd ons afgeraden te zwemmen: door de windrichting zou er een gevaarlijke zeestroming staan. Deze waarschuwing bleek op zijn plaats. Vanaf ons terras zagen we hoe een boer die zijn te water geraakte kalf wilde redden in de problemen kwam. Een inderhaast uitgevaren kano wist boer én kalf uit de golven te redden.

De volgende dag volgden we de kust verder naar het westen. We maakten onze eerste stop bij Dondra, het meest zuidelijke puntje van Sri Lanka. Onze chauffeur bleek hier de lokale politiecommissaris te kennen, het was zijn zwager. Onder politie-escorte reden we naar de meer dan 100 jaar oude vuurtoren van Dondra. Normaal gesloten voor toeristen mochten we nu toch naar boven om te kunnen genieten van een prachtig uitzicht over de kust en de zee.
Bij het stadje Matara stoppen maar weinig toeristen. Toch vonden wij dit verrassend leuk. Het oude centrum ligt op een schiereiland en wordt omsloten door Hollandse vestingwerken. We genoten van de korte wandeling door de straatjes, van de oude huizen en van de mensen die wandelend en op brommertjes en fietsen voorbij kwamen.

We overnachtten in Mirissa. Ons hotel stond direct aan een lang zandstrand. Ook hier werd ons afgeraden ver de zee in te gaan maar dat was ook niet nodig om ons uit te kunnen leven in de branding. Langs het strand van Mirissa staan verschillende barretjes en restaurants. ’s Avonds is alles sfeervol verlicht, een leuke plek voor een drankje of een diner.

Omdat de treinreis van Nuwara Eliya naar Ella ons zo goed was bevallen, pakten we nu weer de trein. Een beetje raar was dat natuurlijk wel: de chauffeur reed ons eerst naar het station van Matara om vervolgens leeg naar het station van Galle te rijden om ons door op te wachten. Maar wij hadden het weer prima naar ons zin in de trein, met het bestuderen van onze medereizigers, het beoordelen van de vele stationnetjes waar we stopten en het gluren in de tuinen van de huizen waar we voorbij reden.

Een bezoekje aan Galle mag eigenlijk niet ontbreken in een rondreis over Sri Lanka. Deze stad was bijna twee eeuwen lang de belangrijkste havenstad van de Hollanders op Ceylon. De stadsmuren zijn nog volledig intact en veel oude huizen zijn prachtig gerestaureerd. Tijdens een rondwandeling genoten we van de sfeer en konden we ons goed het leven ten tijde van de VOC voorstellen. Dat dit niet altijd even makkelijk was, zagen we toen we in de Hollandse kerk de grafzerken bestudeerden: veel mensen overleden jong.

Onze laatste nacht op Sri Lanka sliepen we in Waskaduwa, in een groot resort dat pas een paar maanden open was. Normaal gesproken zijn we zelf nooit zo enthousiast over resorts maar de kamer was uitstekend, de service goed en het strand kilometers lang.

We sloten onze reis af met een ontmoeting met onze agent om al onze ervaringen door te spreken en plannen te maken voor nieuwe programma’s. Op weg naar de luchthaven stopten we nog bij de Gangaramaya tempel en dat bleek een leuke verrassing: een groot tempelcomplex met verschillende zalen, musea en binnenplaatsen en vol met leven. Een aanrader.

Op onze facebook-pagina vind je een selectie van onze foto’s in het Sri Lanka-album.

Heb je vragen of wil je een offerte voor een reis op maat ontvangen? Wij adviseren je graag! Vul het offerteformulier in of neem contact met ons op via 030-3040031 of info@blinireizen.nl.