Bakoe, Tbilisi & Jerevan

Print Print

Bakoe, Tbilisi & Jerevan

Deze reis voert je van Bakoe, de fascinerende hoofdstad van Azerbeidzjan, door de bergen en valleien naar Tbilisi, de hoofdstad van Georgië en sluit af in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 10 dagen
Beste reistijd: april t/m oktober

Prijs vanaf: € 799,- (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Azerbeidzjan, Armenië en Georgië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-3 Bakoe
Je vliegt naar Bakoe en komt daar laat in de avond aan. Bakoe verrast de meeste bezoekers. Het is een bruisende, dynamische stad waar volop wordt gebouwd en die zichtbaar in beweging is.
Wandel door Bakoe en neem de moeite van enkele excursies buiten de stad, en je ziet alle fases uit de lange geschiedenis van Bakoe langskomen. De stad was eeuwenlang een kleine en stoffige halteplaats op de handelsroutes die oost en west met elkaar verbonden. Het leven speelde zich af in de sfeervolle ommuurde binnenstad, die nu een plekje heeft gekregen op de Werelderfgoedlijst. Smalle steegjes voeren langs oude moskeeën en koopmanshuizen naar het paleismuseum van de Shirvansha’s, de lokale heersers. Het belangrijkste monument is de Maagdentoren, die al acht eeuwen lang hoog en massief aan de rand van de oude stad staat.
Het leven in Bakoe veranderde totaal met de Oil Boom van het einde van de 19e eeuw. Mensen werden letterlijk miljonair door in hun tuintje een spade in de grond te steken. De stad ontwikkelde zich razendsnel. In 1910 werd meer dan de helft van de wereldolieproductie in en rond Bakoe gewonnen. Buitenlanders stroomden toe. Daaronder bijvoorbeeld ook de gebroeders Nobel, die hier het geld verdienden dat nu als Nobelprijs wordt uitgekeerd. Oliemiljonairs lieten prachtige huizen bouwen in de nieuwe wijken van de stad.
Bakoe profiteert nu van een nieuwe olieboom. Met de onafhankelijkheid en de hoge olieprijzen stroomt het geld weer binnen. Overal wordt gebouwd, het ene gebouw nog hoger en protseriger dan het andere. Gelukkig wordt ook geld gestoken in de publieke ruimte. Vooral de lange boulevard is prachtig. Overdag en ’s avonds is dit een populaire plek onder de inwoners van Bakoe.
Buiten de stad liggen uitgestrekte velden vol jaknikkers en boortorens, alles sterk vervuild door het 150 jaar lang morsen van olie. Tijdens een tochtje naar het Absheron-schiereiland krijg je een goed idee van deze olievelden. De kale, vieze stukken grond met roestige bouwsels waar nog steeds olie wordt gewonnen, vormen een fascinerend schouwspel. Tussen de troosteloze vuiligheid liggen echter nog twee herinneringen aan een verder verleden. Een daarvan is de vuurtempel van Atesgah. Op deze plek lag sinds de 7e eeuw een tempel van de Perzische Zoroasters, een oude godsdienst waarin de aanbidding van vuur een grote rol speelt. De huidige vuurtempel is echter in de 18e eeuw gebouwd door Indiase kooplieden. Het is een stille en bijzondere plek.
Midden in een woonwijk van het uitgestrekte dorp Märdäkan staat een hoge verdedigingstoren uit de 12 eeuw. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over de vlakte van het schiereiland.
Ten zuiden van Bakoe ligt Gobustan, dat net als de oude binnenstad op de Unesco-lijst staat. In de rotsen boven de kustvlakte zijn talloze rotsschilderingen uit de steentijd te zien, die vertellen over het leven in vroeger tijden. Grappig is dat vlakbij ook een verveelde Romein inscripties heeft achtergelaten. Het zijn de meest oostelijke sporen van het Romeinse Rijk.
Op het einde van dag 3 verlaat je de stad per nachttrein. Het reizen per nachttrein is altijd een bijzondere ervaring die je een andere blik gunt op land en bewoners. Je reist in een comfortabele slaapcoupé, een 4-persoons 2e klas coupé of een 2-persoons 1e klas coupé.

Dag 4-6 Tbilisi
Als je trein de volgende ochtend aankomst op het station van Tbilisi wordt je opgewacht en naar je hotel in de oude stad gebracht.

De hoofdstad Tbilisi is een stad waar de energie van de 21e eeuw zich sfeervol mengt met de zichtbaar lange geschiedenis. Vanaf de oude citadel, in 360 gebouwd door de Perzen, is te zien hoe de stad zich uitstrekt langs de oevers van de rivier Mtkvari, ingeklemd tussen de heuvels. In het oude centrum verzorgen kerken, paleizen en monumentale gebouwen de achtergrond voor een levendig stadsleven waarin terrasjes, restaurants en cafés een grote rol spelen.
De stad telt verschillende goede musea. Daarvan mag vooral het Kunst Museum niet gemist worden. De collectie varieert van een bijzondere selectie iconen en een schat aan gouden sieraden tot een verzameling werken van Russische schilders als Repin en Serov. Populair zijn ook de werken van Georgiër Niko Pirosmani.
Aan de rand van het centrum liggen de warme baden. De sfeervolle koepelgebouwen stammen uit de 17e eeuw en zijn nog steeds in gebruik.

Vanuit Tbilisi zijn verschillende uitstekende excursies te maken. Deze zijn eventueel ter plekke te regelen maar we raden toch aan ze voor vertrek te boeken.

Mtskheta ligt net ten noorden van Tbilisi. En daar ligt het al meer dan 3000 jaar. In de 4e eeuw voor Christus was deze stad al bekend bij de Grieken. En tot de 12 eeuw was hier het centrum van de Georgische kerk gevestigd. De kathedraal uit de 11e eeuw is de belangrijkste reden voor een bezoek aan Mtskheta. De grote Sveti Tskhoveli-kerk is bijzonder sfeervol en indrukwekkend. Volgens de overlevering zou hier de mantel van Christus zijn begraven. De kathedraal vormt het religieuze centrum van Georgië en is bovendien opgenomen de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Op een heuveltop boven Mtskheta ligt het klooster Jvari. Alleen voor het uitzicht zou je eigenlijk al naar deze plek moeten gaan. Maar Jvari heeft meer te bieden en haar plaats op de Unesco-lijst getuigt hiervan. Gebouwd in de 16e eeuw is het een van de beste voorbeelden van vroeg-Georgische architectuur. De kerk is bijzonder sfeervol en indrukwekkend.

Een lange dagexcursie brengt je diep de bergen van de noordelijke Kaukasus in. De ‘Georgian Military Highway’ bestaat al sinds de 1e eeuw voor Christus als handelsroute maar werd pas eind 18e eeuw door de Russen zodanig verbeterd dat karren de passen over de Caucasus konden nemen. Schrijvers als Pushkin, Tolstoy en Lermontov reisden langs deze route en beschreven hem in gedichten en verhalen.
Nu vormt de weg de eenvoudigste manier om een indruk te krijgen van de macht van de Caucasus. De route voert vanaf Tbilisi naar het noorden, langs dorpjes met klassieke 12e eeuwse wachttorens, langs dichtbeboste hellingen en door smalle bergdalen. Kazbegi is op 1797 meter hoogte de laatste plaats voor de Russische grens. Net buiten het dorp staat het mooist en spectaculairst gelegen kerkje van de Caucasus. Tsminda Sameba ligt op een heuvelrug omringd door kale, hoge bergtoppen. Het is een plaatje dat je in alle reisgidsen en brochures over Georgië terugziet. De wandeling naar de kerk voert door een heerlijk landschap.

Dag 7-9 Jerevan
Op dag vertrek je per bus uit Tbilisi. Zeventig kilometer ten zuiden van de hoofdstad bereik je de grens met Armenië. Vanaf daar vervolgt de bus zijn weg door het bergachtige noorden van dit land. Zo’n zes uur na vertrek uit Tbilisi kom je aan in de Armeense hoofdstad Jerevan.

Je kan overwegen deze tocht per auto met chauffeur te maken. Dit is sneller en comfortabeler en, belangrijker, geeft je de mogelijkheid te stoppen bij de bezienswaardigheden onderweg. Zo liggen in het noorden de sfeervolle, oude kloosters van Haghpat en Sanahin, die beiden op de Unesco- Werelderfgoedlijst staan.

Jerevan is niet alleen de hoofdstad van Armenië, maar ook verreweg de grootste en belangrijkste stad van het land. Jerevan vormt het hart van Armenië. Een bezoek aan dit land is niet denkbaar zonder ook deze prettige, veilige en boeiende stad te leren kennen.

Hoewel op de huidige locatie van Jerevan al ruim voor Christus een nederzetting bestond, is de stad pas vanaf 1827 toen de Russen kwamen en later in de Sovjettijd echt tot ontwikkeling gekomen. Nu telt de stad 1,1 miljoen inwoners, bijna een derde van alle inwoners van het land. Het oude hart van de stad is het Plein van de Republiek, een groot plein dat wordt omsloten door indrukwekkende gebouwen in Stalinistische stijl. Hier liggen ondermeer het Nationaal Historisch Museum, het Nationale Kunst Museum en het Marriot, het duurste hotel van de stad. Het tweede grote en populaire plein is het Opera Plein, dat rond het imposante gebouw van de Nationale Opera ligt.
Jerevan is een stad waar mensen graag en veel buiten zijn. Het is dan ook een stad van parken, terrassen en brede boulevards met flanerende mensen. Het is leuk om een plekje uit te zoeken en onder het genot van een kopje koffie of een Gyumri- of Kilikia-biertje mensen te kijken.
Zoals elke hoofdstad heeft ook Jerevan een groot aantal goede, leuke en interessante musea. Zonder volledig te willen hieronder een korte opsomming van de musea die Blini Reizen zelf de moeite waard vindt. Allereerst het Nationaal Historisch Museum. Hier wordt de geschiedenis en de ontwikkeling van de Armeense cultuur duidelijk verteld. Een bezoek aan het museum verzorgt de achtergrond die je nodig hebt om alles wat je tijdens je rondreis gaat zien of al gezien hebt, te plaatsen en te begrijpen.

In het zelfde gebouw als het Nationaal Historisch Museum zit het Nationaal Kunst Museum. Hier is een van de grootste collecties kunst uit de voormalige Sovjet-Unie te bewonderen. Daarbij niet alleen Armeense kunst, die deels uit kerken en kloosters komt, maar ook veel schilderijen van West-Europese schilders en bekende Russen als Repin en Vaznetsov.

Het Matenadaran-museum vertelt het verhaal van de ontwikkeling van het Armeense alfabet, een belangrijke factor in de versterking van de Armeense staat, de Armeense kerk en het Armeense nationaal bewustzijn. Wat ons betreft is het niet alleen een van de beste musea van het land, maar is een bezoek ook onmisbaar voor iedereen die Armenië wil leren kennen en begrijpen.
Favoriet van Blini Reizen is het museum voor de Armeense regisseur Parajanov. Het bevat talloze kunstwerken die de regisseur vooral maakte in de periode dat het maken van films hem door het Sovjetregime was verboden. En passant maak je als bezoeker kennis met een tijd die voor kunstenaars niet de makkelijkste was. Indruk maken bijvoorbeeld de kleine potloodtekeningen die Parajanov maakte toen hij gevangen zat.

Om de Armeniërs en de staat Armenië te begrijpen ontkom je ten slotte eigenlijk niet aan een bezoek aan het indrukwekkende Genocide Monument. Dit herdenkt de slachtoffers van de genocide die de Turken aan het begin van de 20e eeuw pleegden op Armeniërs in het Turkse Rijk. Schattingen lopen uiteen van een half tot anderhalf miljoen slachtoffers.

Armenïe is niet al te groot en met dagexcursies vanuit Jerevan zijn een aantal van de belangrijkste monumenten te bezoeken. Net als bij Bakoe en Tbilisi geldt ook hier weer dat je deze excursies ter plekke kunt regelen maar ook al voor vertrek via ons kunt boeken.

De kathedraal van Echmiadzin, ook wel de ‘moederkerk’ van de Armeense kerk genoemd, stamt al uit de 4e eeuw na Christus. Volgens overlevering kreeg St. Gregorius de Verlichter, grondlegger van de Armeens-Apostolische kerk, in een visioen opdracht om juist op deze plek een kerk te bouwen. Aldus geschiedde. Tegenwoordig vormt de kathedraal het spirituele centrum van de Armeense Kerk, en is ook de zetel van de Katholikos, de Patriarch van alle Armeniërs wereldwijd.
Niet ver van Echmiadzin liggen de ruïnes van de kathedraal van Zvartnots, gebouwd in de 7e eeuw na Christus. Ooit was deze aan de Heilige Joris gewijde kathedraal de grootste kerk van Armenië, bedoeld om de nieuwe hoofdkerk te worden en daarmee die van Echmiadzin te overtreffen. Helaas is het originele heiligdom verwoest (waarschijnlijk door een aardschok in 930), maar aan de hand van de overgebleven zuilen kun je je nog een aardig idee vormen van de grootsheid van het geheel. Echmiadzin en Zvartnots staan gezamenlijk op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Niet ver buiten Jerevan ligt de Garni tempel, de enige nog uit de Oudheid overgebleven tempel in Armenië. De ligging van Garni is imposant: de tempel is gebouwd op een strategische locatie, aan drie kanten beschermd door diepe afgronden die leiden naar de Azat-rivier. Op het terrein zijn ook de ruïnes van een kerk en een gedeelte van een oud badhuis (met mooie mozaïeken) te vinden. De tempel van Garni is in de jaren 70 van de vorige eeuw volledig gerestaureerd, en is het enige overgebleven monument uit de Hellenistische periode, gewijd aan de zonnegod Mithra. Waarschijnlijk werd de tempel niet verwoest toen Armenië zich tot het christendom bekeerde omdat hij zich in de zomerresidentie van de Koninklijke familie bevond.
Vlakbij Garni ligt de kerk van Geghard. De huidige naam verwijst naar de speer – ‘geghard’ – waarmee Jezus’ zijde doorboord zou zijn en die in de 13e eeuw naar deze plek werd gebracht (en nu is te zien in museum van het Echmiadzin klooster). De kerken in het complex zijn gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsen en bekend om hun architectuur en akoestiek; er worden zelfs opnamen van kerkkoren gemaakt. Al met al is dit een erg sfeervolle plek die niet voor niets op de Werelderfgoedlijst staat.

Als je Jerevan is zuidoostelijke richting verlaat, kom je al snel bij Khor Virap (‘diepe put’). Dit klooster is gebouwd op de plaats waar het christendom voor Armenië is begonnen. De eerste Katholikos, St. Gregorius de Verlichter, heeft hier 14 jaar gevangen heeft gezeten. Toen de toenmalige koning door Gregorius van de waanzin werd genezen, verklaarde deze het christendom tot staatsgodsdienst (als eerste land ter wereld!) en kon Gregorius beginnen met de bouw van de kerk in Echmiadzin.

Dag 10 thuisreis
Je vliegt vroeg in de ochtend terug naar huis.

Top