Tadzjikistan Compleet

Print Print

Tadzjikistan Compleet

Uitzicht vanaf de ruïnes van Langar fort

Een bijzondere reis naar het nauwelijks bezochte Tadzjikistan. Door de spectaculaire natuur, de gastvrije bevolking en de herinneringen aan een lange geschiedenis is dit een van onze mooiste en meest indrukwekkende reizen.

Tijdens deze tocht reis je per jeep met chauffeur. Tegen een meerprijs reist er een gids met je mee. Buiten de steden overnacht je afwisselend bij lokale families of in yurts. Dit is een prachtige manier om het land en de gastvrije bevolking beter te leren kennen. Maar sanitair en andere voorzieningen zijn eenvoudig, soms erg eenvoudig. Alle maaltijden tijdens de tocht zijn inbegrepen.
Een deel van de reis voert over grote hoogte. Je passeert verschillende passen van tot wel 4655 meter en slaapt ook enkele nachten ruim boven de 3000 meter. Hoewel de reis zo is opgebouwd dat je kunt wennen, krijgen sommige reizigers toch last van een milde vorm van hoogteziekte: lichte hoofdpijn en misselijkheid die na een nachtje weer is verdwenen.
In de reis zijn verschillende dagwandelingen opgenomen. Deze zijn niet al te lang en technisch niet moeilijk, maar kunnen door de hoogte wel zwaar zijn. Het is echter altijd mogelijk om in overleg het programma aan te passen en de wandeling in te korten of te schrappen.
De soms eenvoudige voorzieningen, de hoogte, de wandelingen, de lange afstanden over onverharde wegen maken dit een vrij zware reis. De beloning is er echter naar: een ontdekkingstocht door een van de minst bezochte maar meest ongerepte gebieden ter wereld.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 26 dagen
Beste reistijd: mei t/m september

Prijs vanaf: € 2649,- (uitgebreide prijsinformatie)
Praktische reisinformatie en achtergronden: Tadzjikistan en Kirgizië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-2 Osh
De reis begint met een vlucht naar Osh, dat in het zuidwesten van Kirgizië ligt. Als je midden in de nacht aankomt, word je opgewacht en naar je hotel gebracht. Dag twee kun je gebruiken om uit te rusten van de vlucht, te acclimatiseren en om rond te kijken in de stad.

Osh is een van de oudste steden van Centraal-Azië. Van dit verleden is niet veel meer bewaard gebleven, maar de grote markt herinnert wel aan de geschiedenis als belangrijke handelsplaats.
Osh ligt aan de rand van de Fergana-vallei, een uitgestrekt gebied dat Kirgizië deelt met buurlanden Tadzjikistan en vooral Oezbekistan.

Dag 3 Khojand
Vandaag begint de reis pas echt. Je verlaat Osh per jeep met chauffeur (en eventueel een gids) en rijdt langs de zuidelijke rand van de Fergana-vallei naar het westen. Hier passeer je de grens met Tadzjikistan. De eerste nacht in dit land slaap je in Khojand (ook wel Khujand of Choedzjand). Deze stad werd meer dan 2500 jaar geleden gesticht. De geschiedschrijvers zijn het niet eens over de stichter: de Perzische Cyrus de Grote of Alexander de Grote. De ligging aan de ingang van de Fergana-vallei maakte van Khojand een belangrijke post langs de Zijderoute. In de 13e eeuw werd de stad verwoest door de Mongolen.

Verken de stad en bezoek daarbij onder meer de citadel en de madrassa van Massal ad-Din. Het grootste deel van de bevolking is hier overigens niet Tadzjieks maar Oezbeeks.

Dag 4 Penjikent
Ten zuiden van de Fergana-vallei doemen bergen op. Aan de voet ligt al duizenden jaren het stadje Istaravshan. Het kleine centrum is uitstekend bewaard gebleven. Je wandelt – eventueel met gids – door de straatjes, langs de madrassa en over de bazaars.

Je vervolgt je weg over de 3378 meter hoge Shakhristan-pas naar de vallei van de Zerafshan-rivier. Penjikent is nu een stoffig provinciestadje, maar de ruïnes buiten de plaats herinneren aan de periode waarin de stad als onderdeel van het rijk Sogdië een van de belangrijke halteplaatsen op de Zijderoute was. Bezoek, eventueel met gids, de ruïnes van de stad die in de 8e eeuw werd verlaten na invallen door de Arabieren. Ook een bezoek aan het museum van Rudaki, een van de grote Perzische dichters, mag niet aan je programma ontbreken.

Dag 5-6 Fan-bergen
Op dag 5 trek je de bergen ten zuiden van Penjikent binnen. Dit zijn de Fan, een prachtig berggebied met ongerepte natuur en daarmee populair bij wandelaars en trekkers. Je volgt per jeep een onverharde weg door het nauwe dal van de Shing-rivier. Dit brengt je naar de Zeven Meren, een reeks van meren waarvan het blauw een prachtig contrast vormt met de grijsgrauwe steile berghellingen. Nadat je de eerste meren per jeep bent gepasseerd, bereik je aan het einde van de ochtend het dorpje Padrud. Hier lunch je in de eenvoudige homestay waar je deze nacht ook slaapt.

In de middag maak je een wandeling rond het meer bij Padrud. En natuurlijk heb je de kans het dorp te verkennen om zo een indruk te krijgen van het leven de bewoners.

Op dag 6 rijd je eerst per jeep naar Marguzor, het zesde meer. Hiervandaan wandel je naar het zevende meer, Hazorchasma (of Hazor Chasma). Het is een prachtige wandeling door de indrukwekkende natuur van de Fan-bergen. Je wandelt rond Hazorchasma en trekt verder de bergen in, richting de 3820 meter hoge Hissar-pas die de grens met Oezbekistan vormt. Hoever de wandeling je het steeds smaller wordende dal invoert, kun je zelf bepalen. Na een picknick midden in de natuur wandel je terug naar de jeep en rijd je weer naar Padrud.

Dag 7 Iskanderkul
Je rijdt terug naar de bewoonde wereld van het Zarafshan-dal bij Penjikent en zet koers richting de hoofdstad Dushanbe. Al snel verlaat je de hoofdweg weer om via een zijweg het groenblauwe Iskanderkul te bereiken. ‘Iskander’ is de Perzische naam voor Alexander de Grote en ‘Kul’ betekent meer. Iskanderkul is een prachtig bergmeer. Bovendien is het gebied een belangrijk vogelreservaat. Je overnacht in een homestay in een dorpje bij het meer.

Dag 8-9 Dushanbe
Een volgende rit brengt je naar Dushanbe, de wat stoffige maar vriendelijke hoofdstad van Tadzjikistan. Veel bezienswaardigheden telt de stad niet. Maar het is leuk te wandelen langs Rudaki, de belangrijkste straat van Dushanbe, of om het straatleven vanuit een van de theehuizen te aanschouwen. Veertig kilometer buiten de stad ligt Hissar-fort, dat nog in de 20e eeuw een belangrijke rol speelde.

Dag 10 Kalaikhumb
Je begint aan het tweede en spectaculairste deel van de reis: de tocht van Dushanbe over de Pamir Highway terug naar Osh. Je reist weer per jeep met chauffeur en eventueel een gids.
Je volgt het eerste deel van de Garm-vallei naar het oosten en buigt dan af naar het zuiden. Over de 3252 meter hoge Khaburabot-pas bereik je het dal van de Panj, de grensrivier tussen Tadzjikistan en Afghanistan. Langs de weg zie je soms de overblijfselen van de burgeroorlog die hier van 1992 tot 1996 heeft gewoed: in de berm achtergelaten gepantserde voertuigen en tanks.
In het plaatsje Kalaikhumb slaap je in een eenvoudig guesthouse.

Dushanbe – Kalaikhumb: 360 km – 9 uur

Dag 11-12 Vanj-vallei
De komende week volg je de Panj-vallei, waarbij je twee keer de hoofdweg verlaat om via een zijdal diep de bergen in te rijden: de eerste keer ga je de Vanj-vallei in, de tweede keer de Bartang-vallei.

Deze week zal je keer op keer opvallen hoe groot het verschil in ontwikkeling is tussen de Tadzjiekse en de Afghaanse kant van de grens: aan ‘onze’ kant een asfaltweg, aan de andere kant een ezelpad. Aan ‘onze’ kant elektriciteit, aan de andere kant duisternis.
De Panj-vallei is smal en de berghellingen steil. Op de plekken waar het dal breder wordt en vlak terrein de ruimte voor landbouw biedt, kom je door kleine dorpen waar mannen en vrouwen op het land werken en kinderen vrolijk zwaaien naar de jeep. Regelmatig passeer je grote kuddes schapen en geiten, afhankelijk van het seizoen op weg naar hoger geleiden weiden of juist weer naar de beschutting van de dalen.
De eerste serieuze zijvallei is die van de Vanj. Dit is een van de meest brede en toegankelijke zijdalen van de Panj. In het dal liggen dus ook verschillende vriendelijke dorpen en de ruïnes van enkele oude forten. Het dorpje Poi-Mazar ligt vrijwel aan het einde van het dal. Het ligt in de schaduw van een bergmassief waarvan de Revolutie Piek tot 6974 meter hoogte reikt. Je slaapt hier twee nachten in een homestay.

Kalaikhumb – Poi-Mazar: 180 km – 5 uur

Op dag 12 trek je eerst per jeep en daarna per voet verder de bergen in. Je bereikt de Geological Society Gletcher en de Bears Gletcher. Ze zijn onderdeel van de 70 km lange Fedchenko Gletsjer, een van de langste gletsjers buiten de polen. Je hebt een picknick hoog in de bergen en wandelt weer op je gemak terug. Tijdens de wandeling heb je enerzijds goed zicht op de machtige pieken van de Pamir’s maar heb je ook een prachtig uitzicht over de vallei van de Vanj.

Dag 13-14 Bartang-vallei
Je rijdt terug naar de Panj-vallei maar verlaat deze al weer snel voor de Bartang-vallei. Deze is op sommige punten zo smal dat reizigers vroeger gebruik moesten maken van vlotten gemaakt van geitenmagen of speciale manden die langs de rotsen werden getrokken.
Op dag 14 verken je de vallei te voet. Dit keer trek je niet naar hoge gletsjers maar wandel je door dorpjes, langs groene akkertjes en snel stromende beken. De wandeling biedt je een boeiende kijk op het leven van deze bergbewoners.
Je slaapt weer twee nachten in een homestay in een dorp.

Poi Mazar – Bartang: 226 km – 6 uur

Dag 15 Khorog
Je verlaat de Bartang en rijdt weer langs de Panj verder naar het zuiden. Hier ligt het stadje Khorog, hoofdstad van de provincie GBAO (Gorno-Badakshan Autonome Oblast) en met 28.000 inwoners de grootste plaats van de regio. Door de strategische ligging op de grens met Afghanistan was Khorog in het Sovjet-tijdperk een belangrijke plaats. Maar tegenwoordig is dit gebied een van de minst ontwikkelde delen van het land, en draagt de Aga Khan Foundation het grootste deel bij aan de lokale economie.
In Khorog is een botanische tuin gehuisvest (de op een na hoogste van de wereld op 3900 meter) en zeker voor plantenliefhebbers de moeite waard. Op zaterdag is hier een drukke markt waar ook veel Afghanen van de andere kant van de rivier op af komen. Je bent hier dus weer even terug in de bewoonde wereld, met winkeltjes, theehuizen en restaurants. En je slaapt weer in een echt hotel.

Dag 16-17 Wakhan-vallei
Je vervolgt je weg door het dal naar het zuiden. Een half uur buiten Khorog zie je aan de linkerkant hoog op de hellingen Koh-i-lal, een robijnmijn die door Marco Polo werd beschreven. Niet veel verder bereik je het marktstadje Iskhashim, waar net als bij Khorog een brug Tadzjikistan en Afghanistan verbindt.

Je bent nu in de Wakhan-vallei, een van de boeiendste stukken van de reis. In de lange, brede vallei liggen tal van dorpjes, ruïnes van forten en populaire warme baden. Stupa’s herinneren aan de tijden dat hier boeddhistische reizigers doorheen trokken. Naar het zuiden heb je prachtig zicht op de 7000 meter hoge toppen van de Hindukus die de grens tussen Afghanistan en Pakistan vormen. De vallei zelf ligt op circa 2400 meter hoogte.

Je hebt twee dagen voor de Wakhan-vallei. De eerste nacht slaap je in een homestay in het sympathieke dorpje Yamg. De tweede nacht slaap je helemaal aan het einde van de vallei waar de Panj-rivier ontstaat op de plek waar de Pamir en de Wachan in elkaar samenvloeien

Khorog – Ishkashim/Yamg: 130 km – 4 uur
Yamg – Langar: 140 km – 5 uur

Dag 18 Keng Shiber
Je laat de Afghaanse grens en even later ook de rivier achter je en rijdt de bergen in. Langzaam klim je naar de 4300 meter hoge Kargush-pas. Het landschap wordt leger en desolater.
Via de pas bereik je de hoogvlakte van de Pamir’s die zich op 4000 meter hoogte uitstrekt. Hier kom je ook weer bij de echte Pamir Highway, die je bij Khorog hebt verlaten. Je volgt de asfaltweg naar het oosten. Regelmatig passeren hier konvooien Chinese vrachtwagens die bewijzen dat de Zijderoute nog springlevend is.

Je passeert twee dorpjes die niet al teveel voorstellen. Dan verlaat je de asfaltweg om over de hoogvlakte naar het zuiden te rijden. Aan de voet van een bergrug ligt Keng Shiber jailoo. Een ‘jailoo’ is een hooggelegen bergweide, waar in de zomer Kirgizische nomaden leven. Ze slapen in hun traditionele yurten (grote vilten tenten) en hoeden hun kuddes yaks.

Je overnacht in zo’n yurt, en dat is een bijzondere ervaring. Alhoewel ’s nachts de temperatuur regelmatig tot onder het vriespunt daalt, is het in de yurt altijd heerlijk warm. Er zijn matten, stapels dekens en een kachel die wordt gestookt op de mest van de yaks. De toiletvoorzieningen zijn echter eenvoudig: de wc is buiten en niet meer dan een gat in de grond met daaromheen een schutting. Water, koud en warm, is er alleen in emmers.
Je slaapt echter midden in de lege natuur. Vergeet ’s nachts ook niet de yurt uit te stappen om van de sterrenhemel te genieten.

Dag 19 Bel Airyk
Vandaag heb je een volle dag in de natuur. Je verlaat de jailoo te voet en trekt in circa vier uur naar de Bel Airyk pas. Tijdens de wandeling kun je de ongenaakbare natuur goed op je in laten werken. Met wat geluk is er ook veel dierenleven te zien. Dat zijn natuurlijk vogels maar ook vossen, beren, marmotten en steenbokken. Dit is bovendien het leefgebied van sneeuwluipaarden en de beroemde Marco Polo-schapen.

Dag 20 Kara Jylga
Je trekt nog verder de bergen in, naar een gebied dat de Kleine Pamir genoemd wordt en tegen de Afghaanse grens ligt. Op de vlakte leven hier in de zomer verschillende families met hun kuddes. Buitenlanders zien ze zelden en ze reageren gastvrij en enthousiast op bezoekers.
Het is een onherbergzaam gebied waar weinig meer groeit dan grassen en lage struiken. De lucht is helder en de vergezichten op de bergen en over de vlaktes imposant. Je zit hier boven de 4000 meter hoogte.

Dag 21 Zor Kul
Een volle dag in de ongerepte natuur van de Pamir’s. Je trekt per jeep en te voet naar Chakan Kul-meer dat door de ijle lucht en de vrijwel altijd onbewolkte hemel meestal prachtig azuur aan de voet van de bergen ligt. Op de grens met Afghanistan ligt een groter meer met de prachtige naam Zor Kul.

Het lijkt alsof je hier aan het einde van de wereld bent. Maar weinig meer dan 100 jaar geleden was deze regio het doel van haastige expedities waarin Russische en Britse ontdekkingsreizigers elkaar probeerden af te troeven. Het was allemaal onderdeel van de “Great Game”, de koude oorlog waarin de twee wereldrijken met elkaar wedijverden over invloed en macht in Centraal-Azië.

Dag 22 Murghab
Je keert terug naar de Pamir Highway en rijdt naar Murghab, het regionale centrum van de hoogvlaktes van de Pamir’s. Met 11.000 inwoners en op 3650 meter hoogte stelt Murghab weinig voor. Toch voelt het na de vele dagen in de leegte van de Pamir’s als de bewoonde wereld. Je slaapt hier weer in een guesthouse.

Dag 23 Karakul
De Pamir Highway buigt naar het noorden. Niet ver buiten Murghab staan de restanten van een oude legerpost, uit de tijden dat Russische tsaren de Pamir’s bij hun uitgestrekte rijk voegden. Je rijdt door een leeg en weids maanlandschap, met lage bergen en blauwe meren. De weg stijgt langzaam naar het hoogste punt: de 4655 meter hoge Ak-Baital-pas. Hierna daal je af naar het grote Karakul-meer. Door de hoogte en het klimaat is er in dit meer geen leven.

Je verlaat de hoofdweg en maakt een korte wandeling langs de oevers van het meer. Daarna rijd je de vlakte op. Je overnacht in het yurt-kamp Jalang Jailoo weer midden in de leegte.

Dag 24 Lenin Peak
Vandaag verlaat je Tadzjikistan. Vanaf Karakul klimt de weg omhoog naar de Kyzyl Art-pas. Hier ligt op een hoogte van 4336 de grens tussen Tadzjikistan en Kirgizië. Daarna daalt de weg door een prachtige kloof af naar het dal van de Kyzylsu-rivier. Als je achterom kijkt heb je een prachtig zicht op de Pamirs.
Bij het dorpje Sary Tash kom je bij de eerste serieuze kruising van de laatste dagen. Een weg naar het oosten voert over de Irkestham-pas naar China; een weg naar het westen brengt je uiteindelijk terug naar Dushanbe; Osh is rechtdoor naar het noorden.
Deze laatste weg neem je de volgende dag. Vandaag sla je linksaf, richting Dushanbe. Maar al snel verlaat je de hoofdweg en rijdt over de vlakte naar het zuiden recht op de machtige Lenin Peak af. Dit was met 7134 meter de hoogste berg van de Sovjet-Unie.
Je overnacht in het base camp van de Lenin Peak. Dit is prachtig gelegen op een heuvel tussen twee snelstromende rivieren. Het is een mooi gebied voor het maken van wandelingen. Je overnacht in en yurt of in een gewone, ruime tent.

Dag 25 Osh
De laatste rit van je ontdekkingstocht door Centraal-Azië. Je rijdt terug naar de kruising bij Sary Tash en beklimt een laatste spectaculaire pas (de Taldyk-pas van 3615 meter). Daarna daalt de weg naar de Fergana-vallei en de stad Osh, waar je meer dan 3 weken geleden begon aan je tocht door Tadzjikistan.

Dag 26 thuisreis
Je vliegt vanaf Osh terug naar huis.

Top

Laat een review achter